_
Concept
“De kleine Elizabeth heeft nieuwe schoenen nodig; ze lijdt aan lepra. Die schoenen kosten maar 10 euro. Wilt u helpen?”
Een hulporganisatie doet het verzoek. Maar er zijn drie miljard mensen zoals Elizabeth. Niet allemaal met lepra natuurlijk, maar wel allemaal in grote nood. Een miljard worden elke dag wakker met maar één vraag; hoe ze die dag aan eten moeten komen. Natuurlijk begrijpt iedereen dat Elizabeth misschien wel niet bestaat en dat er kosten gemaakt moeten worden om die 10 euro bij mensen als Elizabeth te krijgen.
Ark Aid, een in Nederland gevestigde liefdadigheid ‘waakhond’, doet al jarenlang onderzoek naar hoeveel geld bij ‘Elizabeth’ terecht komt en onder welke omstandigheden dat gebeurt. Tot haar verbazing merkte Stichting Ark Aid dat vaak slechts een klein gedeelte van de giften zijn weg vindt naar de mensen in nood. Aan de andere kant ontdekte Ark Aid ook dat veel liefdadigheidsinstellingen zeer doelmatig en professioneel te werk gaan, weinig overheadkosten maken, en de donaties op een liefdevolle en Christelijke manier besteden.
Omdat miljarden dollars die voor de armen bedoeld zijn hen nooit bereikt, ontstond het idee om donoren te adviseren hun giften via de ‘betere’ hulporganisaties te geven. Maar welke organisaties zijn dat, en hoe kom je daarachter? De ‘sites’ op internet die donoren willen helpen de juiste keuzes te maken zijn helaas voor een belangrijk deel weinig toereikend. Vandaar dit artikel, en vandaar dit verzoek om uw hulp.
En toch is er een andere meer fundamentele reden om dienstbaar te willen zijn bij het geven van donaties. De soevereine God wil dat we op een verantwoorde manier ons geld besteden. Geven aan de armen is een belangrijk thema in de Bijbel. Aan de armen geven is hetzelfde als geven aan Hem (Matt. 25:31-46) . Het heeft alles te maken met de heerlijkheid van de grote Koning. Samenvattend: als wij dit goed doen, zullen vele tientallen miljoenen dollars meer naar de allerarmsten gaan, die anders bij mensen die het niet nodig hebben terecht gekomen zouden zijn.
Maar het evalueren en vergelijken van liefdadigheidsinstellingen moet niet alleen gedaan worden omdat donoren dan hulporganisaties gaan steunen die een hogere waardering ontvangen, maar, en dit is net zo belangrijk, omdat als hulporganisaties merken dat ze minder geld binnen krijgen vanwege kritische donoren die hun geld geven aan de ‘betere’ organisaties, dan is de verwachting dat zij hun methodes, salarissen, administratiekosten enzovoorts zullen herzien om het vertrouwen van de donoren terug te winnen.
Bij het begin lopen we al meteen tegen een probleem aan. Want als we onaangename cijfers en feiten betreffende een bepaalde organisatie openbaar maken, betekent dit dat we de vuile was buiten hangen met als gevolg een mogelijke algemene scepsis, niet alleen met betrekking tot de betreffende organisatie, maar ook over hulporganisaties in het algemeen. Zullen onze inspanningen tot verbetering dan niet leiden tot het tegenovergestelde van wat we willen bereiken? Wij denken van niet. Integendeel, we zijn ervan overtuigd dat als het vertrouwen in de ‘betere’ organisaties groeit én als de ‘mindere’ organisaties hun werkwijze herzien, er op den duur juist meer gegeven zal gaan worden. Nu aarzelen veel mensen om geld te geven omdat het niet duidelijk is of hun geld goed besteed wordt.
Maar er zijn tienduizenden hulporganisaties. Wij hebben niet de pretentie dat we zelfs een redelijk deel daarvan kritisch kunnen bekijken. Daarom willen we ons, ten eerste, beperken tot organisaties die voor een deel of volledig bezig zijn met armoedebestrijding. En dan, in de tweede plaats, willen we alleen kijken naar de grotere organisaties, met een budget van meer dan een miljoen euro per jaar. En, ten derde, willen we ons beperken tot de charitatieve instellingen die stellen dat ze Christelijk zijn. Dat betekent, als we het onderzoeksgebied op deze manier inperken, ongeveer 50 tot 100 organisaties per land in aanmerking komen om kritisch beoordeeld te worden. Deze grotere organisaties ontvangen van Christenen doorgaans meer dan 90% van alle giften bestemt voor armoedebestrijding. In de Verenigde Staten gaat 85% van al de giften voor goede doelen naar maar 1,3% van alle charitatieve organisaties. Als wij door onze adviezen, evaluaties en vergelijkingen slechts 10% van de besluitvorming van donateurs zouden kunnen beïnvloeden, schatten we dat vele miljoenen meer zullen gaan naar de mensen die het geld het hardst nodig hebben. Voor Nederland zou het gaan om meer dan 30 miljoen euro en voor de Verenigde Staten om een veelvoud daarvan. Voor andere landen verwachten we een vergelijkbaar effect. Het is dus de moeite waard om te proberen deze resultaten te bereiken.
Als we zeggen dat we onze inspanningen willen beperken tot Christelijke organisaties die zich richten op armoedebestrijding, bedoelen we niet te zeggen dat het helpen der allerarmsten belangrijker is dan het geven van steun aan andere goede doelen die gericht zijn op hulp aan minder arme mensen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg, media, zending, evangelisatie, Bijbelverspreiding, onderwijs, milieu, enzovoorts. Onze voorkeur heeft echter de hulp aan mensen waarbij de nood het hoogst is. Maar het belangrijkste vinden we dat hulp gegeven wordt via organisaties die echt Christelijk zijn. We vinden het belangrijk en waardevol als anderen hetzelfde doen op het gebied van vergelijkend onderzoek met betrekking tot hulporganisaties met een andere doelstelling. Onze inspanningen moeten gezien worden als aanvulling op vergelijkbare onderzoeken en beoordelingen die door anderen gedaan worden.
Dit is dan het plan: we willen een professionele internetpagina opzetten (inclusief het gebruik van sociale media, apps, forums, enzovoorts) om donaties van Christenen aan goede doelen te faciliteren. Omdat we de enige waakhondorganisatie in de wereld zijn die op de hieronder beschreven manier gratis informatie en vergelijkend onderzoek verschaffen over Christelijke hulporganisaties welke betrokken zijn met armoedebestrijding, mag verwacht worden dat ons werk snel meer bekendheid zal krijgen.
Het plan is om ons te richten op drie gebieden:
1. Evaluatie en vergelijking
2. Feiten en cijfers
3. Rechtstreeks faciliteren
1 Evaluatie en vergelijking
Dit is het belangrijkste en tegelijk het moeilijkste onderdeel. Om charitatieve organisaties te kunnen evalueren hebben we ten eerste een objectieve en betrouwbare graadmeter nodig. Daarbij moeten we niet alleen de organisaties die de giften ontvangen beoordelen, maar ook de andere organisaties en ‘partners’ waaraan de giften worden doorgegeven.
De toetsing gebeurt aan de hand van de volgende vier vragen:
a. Is het een Christelijke organisatie?
b. Gaat het geld naar de allerarmsten?
c. Is de geldstroom niet alleen transparant, maar ook te rechtvaardigen?
d. Wat zijn de resultaten?
a. Gaat het om een Christelijke organisatie?
Hierbij willen we nadenken over de onderbouwing van de pretentie dat een organisatie zichzelf Christelijk noemt. Wat betekent dat voor de organisatie die geld inzamelt, en ook voor de organisaties die betrokken zijn bij de verdeling van het geld? We kijken dan naar zaken als:eerlijkheid, motivatie vanuit het evangelie, evangelieverkondiging (expliciet of impliciet?), beloften (aan donoren, overheden, Verenigde Naties, enz.) dat er geen religieuze activiteiten plaats vinden, inzichtelijkheid, ook over zaken die verkeerd gaan, het wegzetten van grote bedragen in aandelen of slechte banken, enzovoorts. Het is vooral de creatieve manier waarop de geldstroom vaak weergegeven wordt, dat het idee geeft dat er iets verborgen wordt gehouden (zie ook onder punt c., over misleiding). Omdat het zo moeilijk vast te stellen is hoeveel geld ‘Elizabeth’ uiteindelijk krijgt, en hoe, is het van het grootste belang dat een organisatie betrouwbaar is. Een organisatie dat zichzelf Christelijk noemt is niet altijd voldoende om vertrouwen te genereren. Men moet het kunnen demonstreren. Wij willen het meten. Vaak kijkt een donor naar aanwijzingen van betrouwbaarheid, zoals salarissen van bestuursvoorzitters, uitgaven voor dure reizen en auto’s, de verhouding tussen projectkosten en administratiekosten, enz. Wij willen ook kijken naar indicatoren van betrouwbaarheid; kortom: naar wat het ‘Christelijke’ feitelijk inhoudt.
b. Zijn de mensen die hulp krijgen degenen die de hulp het hardst nodig hebben?
Wij oordelen niet over het relatieve belang van noodhulp of structurele hulp om armoede te bestrijden. Maar we zijn ervan overtuigd dat het helpen van zoveel mogelijk arme mensen, en de allerarmsten daarvan, voorrang moet hebben – in het bijzonder wanneer het Christenen betreft. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Het is goed om geld te geven aan een voedselbank in New York, waar weldoorvoede mensen in de rij staan, die geen benzine voor hun auto’s kunnen kopen, hun telefoonrekening of hypotheek niet kunnen betalen, enzovoorts. Maar het is beter geld te geven aan hongerlijdende mensen in een vluchtelingenkamp in Somalië. Ook moet de waardering van een hulporganisatie lager zijn als er teveel geld verdwijnt in de zakken van de rijken, die er voor zouden moeten zorgen dat het geld bij ‘Elizabeth’ terechtkomt. Het niet geven aan de mensen die het meest nodig hebben, moet een aspect zijn van onze beoordeling.
c. Is de geldstroom niet alleen transparant, maar ook te rechtvaardigen?
Zelden gaat een gift die de liefdadigheidsorganisatie ontvangt voor ‘Elizabeth’ rechtstreeks naar haar toe. Vaak zitten er vijf of meer instanties tússen. Elk daarvan wil een deel van de gift. Dus, hoeveel ontvangt ‘Elizabeth’ in feite? En op welke manier? Dit zijn de enige vragen van belang voor de meeste mensen die geld geven aan een goed doel. En nagenoeg niemand beantwoordt die vragen. Organisaties die liefdadigheidsorganisaties tegen het licht houden, beoordelen én goedkeuren (na en misschien omdat ze een flinke betaling voor hun diensten krijgen), zullen meestal alleen de eerste organisatie beoordelen. Ze zullen u vertellen over aanvullingen op een pensioen, activa, liquiditeit en familieverhoudingen van bestuursleden. Ze zullen u vele pagina’s vol moeilijk te interpreteren getallen en cijfers geven en nog duizend andere details, maar zelden vermelden wat er nu precies aan het eind van de geldstroom met het geld wordt gedaan. Zelfs zeggen liefdadigheidsorganisaties vaak niet eens wie hun partnerorganisaties zijn. Ook geven ze niet altijd opening van zaken over de betrouwbaarheid en doelmatigheid van de organisaties waarmee men samenwerkt. Wat betekent het, als ze spreken over projectkosten of de percentages die naar het doel gaan? De doner gaat er vanuit dat het doel ‘Elizabeth’ is. Maar voor de betreffende organisatie betekent het ‘doel’ vaak het bedrag dat naar een volgende tussenorganisatie gesluisd wordt of zelfs het bedrag dat gebruikt wordt om veel van hun eigen kosten te dekken.
In ons onderzoek van ‘Christelijke’ hulporganisaties hebben we ontdekt dat veel organisaties op een eerlijke manier tewerk gaan, maar dat er in sommige gevallen methodes gebruikt worden die misleidend genoemd kunnen worden.
We signaleren de volgende vormen van misleiding:
c.1. ‘postbode’-misleiding
c.2. misleidende doelstellingen
c.3. misleidend gebruik van ‘potjes’
c.4. misleidende transacties
c.5. misleiding met betrekking tot problemen.
c.1
Vaak stellen hulporganisaties dat ze veel armen helpen, voeden, ondersteunen en onderwijs geven, terwijl ze in feite niets anders doen dan een deel van het ontvangen geld doorsluizen naar wat ze zusterorganisaties of partners noemen. Wel hebben ze dan eerst hun deel voor eigen salarissen en andere kosten eraf getrokken. Het zou niet eerlijk zijn als de ‘postbode’ en de bank die de gelden afleveren, stellen dat zij zelf hulp bieden aan hen die het nodig hebben. Wie geeft er nu uiteindelijk daadwerkelijk hulp? Het is belangrijk om de zusterorganisaties te beoordelen en te vragen hoe de hulporganisaties zelf hun partners controleren. Overhead van een ‘postbodeorganisatie’ zou veel lager moeten zijn dan van organisaties die hun eigen personeel ‘in het veld’ hebben. Dergelijke ‘postbodeorganisaties’ die nooit kosten maken om hun partners te controleren, zouden niet persé hoger gewaardeerd moeten worden dan organisaties die dat wél doen.
c.2
Veel hulporganisaties geven duidelijk de indruk dat het helpen van arme mensen hun doel is. Als men echter de kleine lettertjes in hun grondslag bekijkt, blijkt dat de beschreven doelstelling vaak de hulp aan arme mensen noemt, met daarbij alles wat in de breedste zin van het woord met dat doel te maken heeft, zoals salarissen, kantoorkosten, kosten voor publiciteit en fondsenwerving (inclusief uitvoerige bedelbrieven). Als een hulporganisatie stelt dat 90% van de giften naar de projectkosten of naar het doel van de organisatie gaat en slechts 10% naar fondswerving, dan betekent dat niets. Dan weet men namelijk nog niet hoeveel geld er werkelijk naar de armen gaat. Als het gestelde doel in tegenspraak is met de feiten, bijvoorbeeld als men zegt dat het gedoneerde geld via een adoptieschema naar een met naam genoemd weeskind gaat, maar in werkelijkheid gaat dat geld naar de gemeenschap (zodat het weeskind er slechts indirect voordeel van heeft), dan lijkt het erop dat de organisatie de donor misleidt.
c.3
Veel organisaties gebruiken bepaalde projecten of adoptieschema’s om de donor er persoonlijk bij te betrekken. Je geeft nu eenmaal eerder geld aan een organisatie die zegt met jouw geld een bepaald arm kind te helpen (of bijvoorbeeld een koe te zullen kopen voor een arm gezin), dan aan een grote organisatie die zich bezig houdt met onpersoonlijke en onduidelijke projecten.Als giften voor een bepaald project gegeven zijn, worden donaties die oorspronkelijk voor dat zelfde doel gegeven waren vaak doorgeschoven naar een ander project. Dan komt een gift dus via een omweg in een ander potje terecht. Dit doorgeefsysteem van geoormerkte giften zou transparant moeten zijn en deel moeten uitmaken van onze evaluatie.
c.4
Zoals gezegd, worden giften vaak doorgesluisd naar andere organisaties. Een dochterorganisatie is vaak verplicht om geld door te zenden naar de moederorganisatie. Daarna wordt dat geld doorgegeven aan zusterorganisaties, die het op hun beurt doorzenden naar een partner die dan uiteindelijk ‘Elizabeth’ helpt. Al die verschillende organisaties maken kosten die afgetrokken moeten worden van de oorspronkelijke gift voor ‘Elizabeth’. Soms zijn giften die naar een dochterorganisatie gaan afkomstig van organisaties met een andere ‘moeder’. Dan zijn er al onkosten van deze giften afgetrokken. Ook geven goededoelenorganisaties giften aan elkaar. Als een dochterorganisatie in dit geval de indruk wekt dat ze ‘Elizabeth’ helpt, zonder de oorspronkelijke donateur te vertellen dat er nog andere kosten gemaakt werden dan zij zelf al maakten om het geld bij ‘Elizabeth’ te krijgen, dan misleidt zij de donor.
c.5
Binnen liefdadigheidsorganisaties ontstaan onvermijdelijk ook problemen, zoals bijvoorbeeld onenigheid met werknemers, misbruik van de fondsen en corruptie. Dat kunnen interne problemen zijn binnen een organisatie, maar ook binnen een van de zusterorganisaties die de donaties ontvangt. In veel derde wereldlanden is corruptie een groot probleem. Als deze zaken voor de donateurs verborgen worden gehouden, zou de betreffende organisatie een lagere beoordeling moeten krijgen.
Samenvattend: We hebben enkele professionele mensen nodig die ons willen helpen om een zo objectief mogelijke maatstaf te ontwikkelen om Christelijke hulporganisaties die met armoedebestrijding bezig zijn te evalueren. Misschien kan dit gedaan worden door punten toe te kennen die volgens een vaststaande lijst worden verzameld, op de vier hierboven genoemde gebieden; des te beter het Christelijke karakter uit de verf komt, des te beter de nood der allerarmsten gelenigd wordt, des te beter de geldstroom beheerst wordt, en des de beter de resultaten, des te meer punten toegekend zou moeten worden aan de betreffende organisatie. Deze punten kunnen dan ondergebracht worden in een vijf sterren beoordelingssysteem (inclusief halve sterren), volgens de gangbare methode. We hebben een aantal mensen nodig die onderzoek doen naar liefdadigheidsorganisaties die bezig zijn met armoedebestrijding. In een dergelijke studie zou een poging gedaan moeten worden een bepaalde waarde toe te kennen in overeenstemming met sommige van de aandachtspunten die hierboven genoemd zijn. Als we deze studies samenvoegen, kunnen we misschien beter tot een standaard controlelijst met toegekende punten komen, die toepasbaar is op alle betrokken hulporganisaties.
Ook hebben we mensen nodig die veel gegevens willen verzamelen. Sommige daarvan zijn gemakkelijk op internet te vinden. Eerst moeten de ongeveer vijftig organisaties per land (die wij op het oog hebben) geïdentificeerd worden. Ten tweede moet er zoveel mogelijk informatie ingewonnen worden over een zo lang mogelijke periode. Dat kan via eigen publicaties van de organisaties, zoals jaarverslagen, financiële rapporten en rapporten die door andere beoordelende instanties zijn verstrekt. Ook kan gebruik worden gemaakt van informatie van de overheid, zoals de IRA 990 in de Verenigde Staten, of het jaarverslag op basis van regelgeving RJ650 in Nederland, of gegevens van de ‘Registered Charity Information Return’ in Canada, of de ‘(Trustees) Annual Return in het Verenigd Koninkrijk’.
Het verkrijgen van gegevens over de zusterorganisaties en ‘partners’ is van even groot belang (zo niet groter) als informatie over de organisatie die de donaties het eerst ontvangt. De charitatieve organisatie die de giften oorspronkelijk ontving, zou deze informatie moeten verstrekken, omdat verwacht mag worden dat zij het van belang vindt hoe een gift wordt doorgezonden en uiteindelijk ‘Elizabeth’ bereikt. Als de gevraagde informatie niet gegeven wordt (met uitzondering van gegevens over hulp die bijvoorbeeld in politiekgevoelige gebieden gegeven wordt), zou dat een lagere plaats op de beoordelingslijst moeten betekenen.
Om de noodzakelijke gegevens te verkrijgen die niet gevonden kunnen worden via de hierboven vermelde methodes, zal het waarschijnlijk nodig zijn een gestandaardiseerde vragenlijst te ontwikkelen die naar de betreffende organisaties gezonden wordt. Als de gevraagde informatie dan niet of niet voldoende verstrekt wordt, zal dat de beoordeling van de organisatie kunnen beïnvloeden.
d. Wat zijn de resultaten?
Met andere woorden, heeft ‘Elizabeth’ uiteindelijk haar schoenen gekregen en is dat gebeurd op een liefdevolle, Christelijke manier? Dit is het belangrijkste gedeelte, want dat is de reden dat een gift in de eerste plaats gegeven is. Al de eerder genoemde aspecten die nodig zijn om een liefdadigheidsorganisatie te beoordelen zijn hieraan ondergeschikt. De aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid van een organisatie moet dit als speerpunt hebben. Een methode ontwerpen die dit aspect beoordeelt, zal waarschijnlijk de grootste uitdaging zijn. In het geval dat dit aspect echter onduidelijk blijft, wordt het des te belangrijker te kijken naar het hart en de drijfveren van de organisatie. Als er bijvoorbeeld exorbitante beloningen voor de directie gegeven worden, zou dat een indicatie kunnen zijn dat de bereikte resultaten ook niet doeltreffend zijn.
2. Feiten en cijfers
Nu volgt het gemakkelijke gedeelte. Om het geven aan Christelijke doelen - op het gebied van armoedebestrijding – optimaal te faciliteren, is het belangrijk dat we hiervoor gemakkelijk toegankelijke informatie verschaffen over alles dat kan bijdragen tot een verantwoorde geefgedrag. Deze gegevens zijn ruimschoots verkrijgbaar op het internet of elders. De beoogde dienstverlening is bedoeld voor de liefdadigheidsorganisatie én voor de donoren en zou de volgende informatie kunnen bevatten:
a. Bijbelse gegevens over rijkdom en armoede, bezit, geven en het geven van tienden, enzovoorts. Er zou ook een lijst van verwijzingen naar en commentaren op relevante Bijbelgedeeltes moeten komen.
b. Wat betekent het dat een organisatie Christelijk is? Waarom zou een historisch evangelische en gereformeerde wereld – en levensbeschouwing betere resultaten garanderen?
c. Adviezen over het juiste gebruik van overheidsregelingen voor belastingaftrek en het gebruikmaken van andere aanmoedigingen tot doneren zoals ‘gift matching’, om een maximaal rendement van donaties te verkrijgen.
d. Het vermijden van hoge kosten voor geldoverdracht; de gemaakte overdrachtskosten tussen dochterorganisaties kritisch bekijken; het aan de kaak stellen en analyseren van gegevens van onderlinge geldstromen.
e. Statistieken met betrekking tot geefgedrag: hoeveel wordt er gegeven en door wie? Welke Christelijke groepen geven hoeveel geld en aan welke categorie liefdadigheidsorganisaties? Waarom en wanneer wordt er gedoneerd? Hoeveel geld wordt er gespendeerd aan salarissen? Hoeveel vrijwilligers zijn er bij het werk betrokken? Waar in de wereld heerst de grootste armoede? Waar zijn brandhaarden van nood in de wereld?
f. Informatie over hoe men een kleine liefdadigheidsorganisatie kan analyseren en beoordelen. Waar moet je voor uitkijken bij kleinere organisaties die niet door AAA getaxeerd zijn en hoe beoordeel je jaarverslagen?
g. Fondsenwerving. De ethische aspecten ervan; hoe, wanneer en waar gebeurt het? Algemene gebruiken en statistieken? Hoe werft men fondsen bij stichtingen, bij andere liefdadigheidsorganisaties, bij de overheid of bij onafhankelijke organisaties? Hoe kun je een professionele aanvraag daartoe doen?
h. Over algemene filantropische instellingen; over bureaus die andere stichtingen beoordelen en goedkeuren en adviezen geven; de waarde daarvan en de misvattingen daarover; pressiegroepen. Wat is de waarde van andere waakhondorganisaties die vergelijkend onderzoek doen en beoordelingen geven? Wat zijn hun tekortkomingen? Vooral de maatstaven die zij hanteren bij het beoordelen van goede doelenorganisaties interesseren ons. Daar kunnen we veel van leren!
i. Belangrijke artikelen en reportages over liefdadigheidsorganisaties in de media.
j. Verwijzingen naar belangrijke internetpagina’s die ons kunnen helpen met al het bovenstaande; een lijst van alle Christelijke hulpverleningsorganisaties die bezig zijn met armoedebestrijding, inclusief de kleinere, mét hun contactgegevens.
Het zou ook waardevol voor onze ‘site’ kunnen zijn kennis te nemen van andere, bredere feiten en achtergronden, als bijvoorbeeld over het kwaad van het ‘welvaartsevangelie’ en over het belang van het geven aan de armen in vergelijking met andersoortige doelen van liefdadigheidsorganisaties. De boven genoemde suggesties met betrekking tot feiten en cijfers zijn niet bedoeld een compleet beeld te geven.
Dit gedeelte over feiten en cijfers lijkt misschien heel massief en te ambitieus. Maar het grootste deel van het materiaal is reeds beschikbaar en moet eenvoudigweg nog gerangschikt, gekoppeld, geïllustreerd en becommentarieerd worden.
3 Rechtstreeks faciliteren
Soms kan een donor een bijdrage willen geven aan een (buitenlandse) organisatie die geen door de overheid erkende charitatieve status heeft. In dat geval is een mogelijk belastingvoordeel niet van toepassing. Of iemand wil met een kleine hulporganisatie beginnen, zonder al het papierwerk en uitgaven voor overheidsregistratie en accountants of notarissen en dergelijke. Voor deze en andere gevallen heeft AAA in Nederland een stichting opgezet die Ark Aid genoemd is. Stichting Ark Aid is niet zomaar een andere hulporganisatie. Zij zamelt niet zelf geld in en is niet actief bezig met het verwerven van fondsen. De stichting houdt geen activa en heeft geen winstoogmerk in het proces van het geven van giften. Zij vergemakkelijkt het geven door 100% van de binnenkomende donaties door te geven aan de betreffende projecten of aan partners, met het doel belastingvoordelen van toepassing te laten zijn. Geen enkele andere organisatie biedt een soortgelijke dienstverlening aan. Stichting Ark Aid Foundation is in deze zin een afdeling van Ark Aid Appraisal, de benchmarker en waakhond van Christelijke liefdadigheidsorganisaties die gericht zijn op de bestrijding van armoede.
Stichting Ark Aid is nu vijf jaar bezig dit doel te bereiken. Zie hun website voor meer informatie: arkaid.nl (Nederlands) of arkaid.info (Engels). Wij onderzoeken de mogelijkheid om in andere landen een kantoor op te zetten met een zelfde taak en doelstelling.
__________
Het bovenstaande voorstel is slechts een concept. Er moet nog aan gesleuteld worden; het moet worden uitgebreid, herzien, verder ingevuld, enzovoorts. Op dit moment heeft dit alles nog een voorlopig karakter.
De naam Ark Aid is aan onze inspanningen gegeven met een duidelijke reden. De ark van Noach en de ark van het Verbond zijn beelden van de best denkbare hulp. De ark is een voorafschaduwing van Christus hetgeen de Bijbel een ‘schaduw’ noemt. Het ‘in de ark zijn’ is een schaduw van de ultieme hulp: verlossing van het oordeelswater dat door de zonde over Christus is gekomen. De ark van het Verbond is een uitvergroot beeld van deze verlossende hulp. De tripple A in het beeldmerk van de stichting is een symbool van de hoogste waardering en volmaaktheid. De volmaaktheid van Jezus is onze gids. AAA poogt haar hele doen en laten ondergeschikt te laten zijn aan dit hogere doel van Gods bevrijdende hulp en volmaaktheid.
Jezus zei: “Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?” (Marcus 8:36).
Wilt u ons helpen? Zie ook: ‘vacatures’
“De kleine Elizabeth heeft nieuwe schoenen nodig; ze lijdt aan lepra. Die schoenen kosten maar 10 euro. Wilt u helpen?”
Een hulporganisatie doet het verzoek. Maar er zijn drie miljard mensen zoals Elizabeth. Niet allemaal met lepra natuurlijk, maar wel allemaal in grote nood. Een miljard worden elke dag wakker met maar één vraag; hoe ze die dag aan eten moeten komen. Natuurlijk begrijpt iedereen dat Elizabeth misschien wel niet bestaat en dat er kosten gemaakt moeten worden om die 10 euro bij mensen als Elizabeth te krijgen.
Ark Aid, een in Nederland gevestigde liefdadigheid ‘waakhond’, doet al jarenlang onderzoek naar hoeveel geld bij ‘Elizabeth’ terecht komt en onder welke omstandigheden dat gebeurt. Tot haar verbazing merkte Stichting Ark Aid dat vaak slechts een klein gedeelte van de giften zijn weg vindt naar de mensen in nood. Aan de andere kant ontdekte Ark Aid ook dat veel liefdadigheidsinstellingen zeer doelmatig en professioneel te werk gaan, weinig overheadkosten maken, en de donaties op een liefdevolle en Christelijke manier besteden.
Omdat miljarden dollars die voor de armen bedoeld zijn hen nooit bereikt, ontstond het idee om donoren te adviseren hun giften via de ‘betere’ hulporganisaties te geven. Maar welke organisaties zijn dat, en hoe kom je daarachter? De ‘sites’ op internet die donoren willen helpen de juiste keuzes te maken zijn helaas voor een belangrijk deel weinig toereikend. Vandaar dit artikel, en vandaar dit verzoek om uw hulp.
En toch is er een andere meer fundamentele reden om dienstbaar te willen zijn bij het geven van donaties. De soevereine God wil dat we op een verantwoorde manier ons geld besteden. Geven aan de armen is een belangrijk thema in de Bijbel. Aan de armen geven is hetzelfde als geven aan Hem (Matt. 25:31-46) . Het heeft alles te maken met de heerlijkheid van de grote Koning. Samenvattend: als wij dit goed doen, zullen vele tientallen miljoenen dollars meer naar de allerarmsten gaan, die anders bij mensen die het niet nodig hebben terecht gekomen zouden zijn.
Maar het evalueren en vergelijken van liefdadigheidsinstellingen moet niet alleen gedaan worden omdat donoren dan hulporganisaties gaan steunen die een hogere waardering ontvangen, maar, en dit is net zo belangrijk, omdat als hulporganisaties merken dat ze minder geld binnen krijgen vanwege kritische donoren die hun geld geven aan de ‘betere’ organisaties, dan is de verwachting dat zij hun methodes, salarissen, administratiekosten enzovoorts zullen herzien om het vertrouwen van de donoren terug te winnen.
Bij het begin lopen we al meteen tegen een probleem aan. Want als we onaangename cijfers en feiten betreffende een bepaalde organisatie openbaar maken, betekent dit dat we de vuile was buiten hangen met als gevolg een mogelijke algemene scepsis, niet alleen met betrekking tot de betreffende organisatie, maar ook over hulporganisaties in het algemeen. Zullen onze inspanningen tot verbetering dan niet leiden tot het tegenovergestelde van wat we willen bereiken? Wij denken van niet. Integendeel, we zijn ervan overtuigd dat als het vertrouwen in de ‘betere’ organisaties groeit én als de ‘mindere’ organisaties hun werkwijze herzien, er op den duur juist meer gegeven zal gaan worden. Nu aarzelen veel mensen om geld te geven omdat het niet duidelijk is of hun geld goed besteed wordt.
Maar er zijn tienduizenden hulporganisaties. Wij hebben niet de pretentie dat we zelfs een redelijk deel daarvan kritisch kunnen bekijken. Daarom willen we ons, ten eerste, beperken tot organisaties die voor een deel of volledig bezig zijn met armoedebestrijding. En dan, in de tweede plaats, willen we alleen kijken naar de grotere organisaties, met een budget van meer dan een miljoen euro per jaar. En, ten derde, willen we ons beperken tot de charitatieve instellingen die stellen dat ze Christelijk zijn. Dat betekent, als we het onderzoeksgebied op deze manier inperken, ongeveer 50 tot 100 organisaties per land in aanmerking komen om kritisch beoordeeld te worden. Deze grotere organisaties ontvangen van Christenen doorgaans meer dan 90% van alle giften bestemt voor armoedebestrijding. In de Verenigde Staten gaat 85% van al de giften voor goede doelen naar maar 1,3% van alle charitatieve organisaties. Als wij door onze adviezen, evaluaties en vergelijkingen slechts 10% van de besluitvorming van donateurs zouden kunnen beïnvloeden, schatten we dat vele miljoenen meer zullen gaan naar de mensen die het geld het hardst nodig hebben. Voor Nederland zou het gaan om meer dan 30 miljoen euro en voor de Verenigde Staten om een veelvoud daarvan. Voor andere landen verwachten we een vergelijkbaar effect. Het is dus de moeite waard om te proberen deze resultaten te bereiken.
Als we zeggen dat we onze inspanningen willen beperken tot Christelijke organisaties die zich richten op armoedebestrijding, bedoelen we niet te zeggen dat het helpen der allerarmsten belangrijker is dan het geven van steun aan andere goede doelen die gericht zijn op hulp aan minder arme mensen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg, media, zending, evangelisatie, Bijbelverspreiding, onderwijs, milieu, enzovoorts. Onze voorkeur heeft echter de hulp aan mensen waarbij de nood het hoogst is. Maar het belangrijkste vinden we dat hulp gegeven wordt via organisaties die echt Christelijk zijn. We vinden het belangrijk en waardevol als anderen hetzelfde doen op het gebied van vergelijkend onderzoek met betrekking tot hulporganisaties met een andere doelstelling. Onze inspanningen moeten gezien worden als aanvulling op vergelijkbare onderzoeken en beoordelingen die door anderen gedaan worden.
Dit is dan het plan: we willen een professionele internetpagina opzetten (inclusief het gebruik van sociale media, apps, forums, enzovoorts) om donaties van Christenen aan goede doelen te faciliteren. Omdat we de enige waakhondorganisatie in de wereld zijn die op de hieronder beschreven manier gratis informatie en vergelijkend onderzoek verschaffen over Christelijke hulporganisaties welke betrokken zijn met armoedebestrijding, mag verwacht worden dat ons werk snel meer bekendheid zal krijgen.
Het plan is om ons te richten op drie gebieden:
1. Evaluatie en vergelijking
2. Feiten en cijfers
3. Rechtstreeks faciliteren
1 Evaluatie en vergelijking
Dit is het belangrijkste en tegelijk het moeilijkste onderdeel. Om charitatieve organisaties te kunnen evalueren hebben we ten eerste een objectieve en betrouwbare graadmeter nodig. Daarbij moeten we niet alleen de organisaties die de giften ontvangen beoordelen, maar ook de andere organisaties en ‘partners’ waaraan de giften worden doorgegeven.
De toetsing gebeurt aan de hand van de volgende vier vragen:
a. Is het een Christelijke organisatie?
b. Gaat het geld naar de allerarmsten?
c. Is de geldstroom niet alleen transparant, maar ook te rechtvaardigen?
d. Wat zijn de resultaten?
a. Gaat het om een Christelijke organisatie?
Hierbij willen we nadenken over de onderbouwing van de pretentie dat een organisatie zichzelf Christelijk noemt. Wat betekent dat voor de organisatie die geld inzamelt, en ook voor de organisaties die betrokken zijn bij de verdeling van het geld? We kijken dan naar zaken als:eerlijkheid, motivatie vanuit het evangelie, evangelieverkondiging (expliciet of impliciet?), beloften (aan donoren, overheden, Verenigde Naties, enz.) dat er geen religieuze activiteiten plaats vinden, inzichtelijkheid, ook over zaken die verkeerd gaan, het wegzetten van grote bedragen in aandelen of slechte banken, enzovoorts. Het is vooral de creatieve manier waarop de geldstroom vaak weergegeven wordt, dat het idee geeft dat er iets verborgen wordt gehouden (zie ook onder punt c., over misleiding). Omdat het zo moeilijk vast te stellen is hoeveel geld ‘Elizabeth’ uiteindelijk krijgt, en hoe, is het van het grootste belang dat een organisatie betrouwbaar is. Een organisatie dat zichzelf Christelijk noemt is niet altijd voldoende om vertrouwen te genereren. Men moet het kunnen demonstreren. Wij willen het meten. Vaak kijkt een donor naar aanwijzingen van betrouwbaarheid, zoals salarissen van bestuursvoorzitters, uitgaven voor dure reizen en auto’s, de verhouding tussen projectkosten en administratiekosten, enz. Wij willen ook kijken naar indicatoren van betrouwbaarheid; kortom: naar wat het ‘Christelijke’ feitelijk inhoudt.
b. Zijn de mensen die hulp krijgen degenen die de hulp het hardst nodig hebben?
Wij oordelen niet over het relatieve belang van noodhulp of structurele hulp om armoede te bestrijden. Maar we zijn ervan overtuigd dat het helpen van zoveel mogelijk arme mensen, en de allerarmsten daarvan, voorrang moet hebben – in het bijzonder wanneer het Christenen betreft. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Het is goed om geld te geven aan een voedselbank in New York, waar weldoorvoede mensen in de rij staan, die geen benzine voor hun auto’s kunnen kopen, hun telefoonrekening of hypotheek niet kunnen betalen, enzovoorts. Maar het is beter geld te geven aan hongerlijdende mensen in een vluchtelingenkamp in Somalië. Ook moet de waardering van een hulporganisatie lager zijn als er teveel geld verdwijnt in de zakken van de rijken, die er voor zouden moeten zorgen dat het geld bij ‘Elizabeth’ terechtkomt. Het niet geven aan de mensen die het meest nodig hebben, moet een aspect zijn van onze beoordeling.
c. Is de geldstroom niet alleen transparant, maar ook te rechtvaardigen?
Zelden gaat een gift die de liefdadigheidsorganisatie ontvangt voor ‘Elizabeth’ rechtstreeks naar haar toe. Vaak zitten er vijf of meer instanties tússen. Elk daarvan wil een deel van de gift. Dus, hoeveel ontvangt ‘Elizabeth’ in feite? En op welke manier? Dit zijn de enige vragen van belang voor de meeste mensen die geld geven aan een goed doel. En nagenoeg niemand beantwoordt die vragen. Organisaties die liefdadigheidsorganisaties tegen het licht houden, beoordelen én goedkeuren (na en misschien omdat ze een flinke betaling voor hun diensten krijgen), zullen meestal alleen de eerste organisatie beoordelen. Ze zullen u vertellen over aanvullingen op een pensioen, activa, liquiditeit en familieverhoudingen van bestuursleden. Ze zullen u vele pagina’s vol moeilijk te interpreteren getallen en cijfers geven en nog duizend andere details, maar zelden vermelden wat er nu precies aan het eind van de geldstroom met het geld wordt gedaan. Zelfs zeggen liefdadigheidsorganisaties vaak niet eens wie hun partnerorganisaties zijn. Ook geven ze niet altijd opening van zaken over de betrouwbaarheid en doelmatigheid van de organisaties waarmee men samenwerkt. Wat betekent het, als ze spreken over projectkosten of de percentages die naar het doel gaan? De doner gaat er vanuit dat het doel ‘Elizabeth’ is. Maar voor de betreffende organisatie betekent het ‘doel’ vaak het bedrag dat naar een volgende tussenorganisatie gesluisd wordt of zelfs het bedrag dat gebruikt wordt om veel van hun eigen kosten te dekken.
In ons onderzoek van ‘Christelijke’ hulporganisaties hebben we ontdekt dat veel organisaties op een eerlijke manier tewerk gaan, maar dat er in sommige gevallen methodes gebruikt worden die misleidend genoemd kunnen worden.
We signaleren de volgende vormen van misleiding:
c.1. ‘postbode’-misleiding
c.2. misleidende doelstellingen
c.3. misleidend gebruik van ‘potjes’
c.4. misleidende transacties
c.5. misleiding met betrekking tot problemen.
c.1
Vaak stellen hulporganisaties dat ze veel armen helpen, voeden, ondersteunen en onderwijs geven, terwijl ze in feite niets anders doen dan een deel van het ontvangen geld doorsluizen naar wat ze zusterorganisaties of partners noemen. Wel hebben ze dan eerst hun deel voor eigen salarissen en andere kosten eraf getrokken. Het zou niet eerlijk zijn als de ‘postbode’ en de bank die de gelden afleveren, stellen dat zij zelf hulp bieden aan hen die het nodig hebben. Wie geeft er nu uiteindelijk daadwerkelijk hulp? Het is belangrijk om de zusterorganisaties te beoordelen en te vragen hoe de hulporganisaties zelf hun partners controleren. Overhead van een ‘postbodeorganisatie’ zou veel lager moeten zijn dan van organisaties die hun eigen personeel ‘in het veld’ hebben. Dergelijke ‘postbodeorganisaties’ die nooit kosten maken om hun partners te controleren, zouden niet persé hoger gewaardeerd moeten worden dan organisaties die dat wél doen.
c.2
Veel hulporganisaties geven duidelijk de indruk dat het helpen van arme mensen hun doel is. Als men echter de kleine lettertjes in hun grondslag bekijkt, blijkt dat de beschreven doelstelling vaak de hulp aan arme mensen noemt, met daarbij alles wat in de breedste zin van het woord met dat doel te maken heeft, zoals salarissen, kantoorkosten, kosten voor publiciteit en fondsenwerving (inclusief uitvoerige bedelbrieven). Als een hulporganisatie stelt dat 90% van de giften naar de projectkosten of naar het doel van de organisatie gaat en slechts 10% naar fondswerving, dan betekent dat niets. Dan weet men namelijk nog niet hoeveel geld er werkelijk naar de armen gaat. Als het gestelde doel in tegenspraak is met de feiten, bijvoorbeeld als men zegt dat het gedoneerde geld via een adoptieschema naar een met naam genoemd weeskind gaat, maar in werkelijkheid gaat dat geld naar de gemeenschap (zodat het weeskind er slechts indirect voordeel van heeft), dan lijkt het erop dat de organisatie de donor misleidt.
c.3
Veel organisaties gebruiken bepaalde projecten of adoptieschema’s om de donor er persoonlijk bij te betrekken. Je geeft nu eenmaal eerder geld aan een organisatie die zegt met jouw geld een bepaald arm kind te helpen (of bijvoorbeeld een koe te zullen kopen voor een arm gezin), dan aan een grote organisatie die zich bezig houdt met onpersoonlijke en onduidelijke projecten.Als giften voor een bepaald project gegeven zijn, worden donaties die oorspronkelijk voor dat zelfde doel gegeven waren vaak doorgeschoven naar een ander project. Dan komt een gift dus via een omweg in een ander potje terecht. Dit doorgeefsysteem van geoormerkte giften zou transparant moeten zijn en deel moeten uitmaken van onze evaluatie.
c.4
Zoals gezegd, worden giften vaak doorgesluisd naar andere organisaties. Een dochterorganisatie is vaak verplicht om geld door te zenden naar de moederorganisatie. Daarna wordt dat geld doorgegeven aan zusterorganisaties, die het op hun beurt doorzenden naar een partner die dan uiteindelijk ‘Elizabeth’ helpt. Al die verschillende organisaties maken kosten die afgetrokken moeten worden van de oorspronkelijke gift voor ‘Elizabeth’. Soms zijn giften die naar een dochterorganisatie gaan afkomstig van organisaties met een andere ‘moeder’. Dan zijn er al onkosten van deze giften afgetrokken. Ook geven goededoelenorganisaties giften aan elkaar. Als een dochterorganisatie in dit geval de indruk wekt dat ze ‘Elizabeth’ helpt, zonder de oorspronkelijke donateur te vertellen dat er nog andere kosten gemaakt werden dan zij zelf al maakten om het geld bij ‘Elizabeth’ te krijgen, dan misleidt zij de donor.
c.5
Binnen liefdadigheidsorganisaties ontstaan onvermijdelijk ook problemen, zoals bijvoorbeeld onenigheid met werknemers, misbruik van de fondsen en corruptie. Dat kunnen interne problemen zijn binnen een organisatie, maar ook binnen een van de zusterorganisaties die de donaties ontvangt. In veel derde wereldlanden is corruptie een groot probleem. Als deze zaken voor de donateurs verborgen worden gehouden, zou de betreffende organisatie een lagere beoordeling moeten krijgen.
Samenvattend: We hebben enkele professionele mensen nodig die ons willen helpen om een zo objectief mogelijke maatstaf te ontwikkelen om Christelijke hulporganisaties die met armoedebestrijding bezig zijn te evalueren. Misschien kan dit gedaan worden door punten toe te kennen die volgens een vaststaande lijst worden verzameld, op de vier hierboven genoemde gebieden; des te beter het Christelijke karakter uit de verf komt, des te beter de nood der allerarmsten gelenigd wordt, des te beter de geldstroom beheerst wordt, en des de beter de resultaten, des te meer punten toegekend zou moeten worden aan de betreffende organisatie. Deze punten kunnen dan ondergebracht worden in een vijf sterren beoordelingssysteem (inclusief halve sterren), volgens de gangbare methode. We hebben een aantal mensen nodig die onderzoek doen naar liefdadigheidsorganisaties die bezig zijn met armoedebestrijding. In een dergelijke studie zou een poging gedaan moeten worden een bepaalde waarde toe te kennen in overeenstemming met sommige van de aandachtspunten die hierboven genoemd zijn. Als we deze studies samenvoegen, kunnen we misschien beter tot een standaard controlelijst met toegekende punten komen, die toepasbaar is op alle betrokken hulporganisaties.
Ook hebben we mensen nodig die veel gegevens willen verzamelen. Sommige daarvan zijn gemakkelijk op internet te vinden. Eerst moeten de ongeveer vijftig organisaties per land (die wij op het oog hebben) geïdentificeerd worden. Ten tweede moet er zoveel mogelijk informatie ingewonnen worden over een zo lang mogelijke periode. Dat kan via eigen publicaties van de organisaties, zoals jaarverslagen, financiële rapporten en rapporten die door andere beoordelende instanties zijn verstrekt. Ook kan gebruik worden gemaakt van informatie van de overheid, zoals de IRA 990 in de Verenigde Staten, of het jaarverslag op basis van regelgeving RJ650 in Nederland, of gegevens van de ‘Registered Charity Information Return’ in Canada, of de ‘(Trustees) Annual Return in het Verenigd Koninkrijk’.
Het verkrijgen van gegevens over de zusterorganisaties en ‘partners’ is van even groot belang (zo niet groter) als informatie over de organisatie die de donaties het eerst ontvangt. De charitatieve organisatie die de giften oorspronkelijk ontving, zou deze informatie moeten verstrekken, omdat verwacht mag worden dat zij het van belang vindt hoe een gift wordt doorgezonden en uiteindelijk ‘Elizabeth’ bereikt. Als de gevraagde informatie niet gegeven wordt (met uitzondering van gegevens over hulp die bijvoorbeeld in politiekgevoelige gebieden gegeven wordt), zou dat een lagere plaats op de beoordelingslijst moeten betekenen.
Om de noodzakelijke gegevens te verkrijgen die niet gevonden kunnen worden via de hierboven vermelde methodes, zal het waarschijnlijk nodig zijn een gestandaardiseerde vragenlijst te ontwikkelen die naar de betreffende organisaties gezonden wordt. Als de gevraagde informatie dan niet of niet voldoende verstrekt wordt, zal dat de beoordeling van de organisatie kunnen beïnvloeden.
d. Wat zijn de resultaten?
Met andere woorden, heeft ‘Elizabeth’ uiteindelijk haar schoenen gekregen en is dat gebeurd op een liefdevolle, Christelijke manier? Dit is het belangrijkste gedeelte, want dat is de reden dat een gift in de eerste plaats gegeven is. Al de eerder genoemde aspecten die nodig zijn om een liefdadigheidsorganisatie te beoordelen zijn hieraan ondergeschikt. De aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid van een organisatie moet dit als speerpunt hebben. Een methode ontwerpen die dit aspect beoordeelt, zal waarschijnlijk de grootste uitdaging zijn. In het geval dat dit aspect echter onduidelijk blijft, wordt het des te belangrijker te kijken naar het hart en de drijfveren van de organisatie. Als er bijvoorbeeld exorbitante beloningen voor de directie gegeven worden, zou dat een indicatie kunnen zijn dat de bereikte resultaten ook niet doeltreffend zijn.
2. Feiten en cijfers
Nu volgt het gemakkelijke gedeelte. Om het geven aan Christelijke doelen - op het gebied van armoedebestrijding – optimaal te faciliteren, is het belangrijk dat we hiervoor gemakkelijk toegankelijke informatie verschaffen over alles dat kan bijdragen tot een verantwoorde geefgedrag. Deze gegevens zijn ruimschoots verkrijgbaar op het internet of elders. De beoogde dienstverlening is bedoeld voor de liefdadigheidsorganisatie én voor de donoren en zou de volgende informatie kunnen bevatten:
a. Bijbelse gegevens over rijkdom en armoede, bezit, geven en het geven van tienden, enzovoorts. Er zou ook een lijst van verwijzingen naar en commentaren op relevante Bijbelgedeeltes moeten komen.
b. Wat betekent het dat een organisatie Christelijk is? Waarom zou een historisch evangelische en gereformeerde wereld – en levensbeschouwing betere resultaten garanderen?
c. Adviezen over het juiste gebruik van overheidsregelingen voor belastingaftrek en het gebruikmaken van andere aanmoedigingen tot doneren zoals ‘gift matching’, om een maximaal rendement van donaties te verkrijgen.
d. Het vermijden van hoge kosten voor geldoverdracht; de gemaakte overdrachtskosten tussen dochterorganisaties kritisch bekijken; het aan de kaak stellen en analyseren van gegevens van onderlinge geldstromen.
e. Statistieken met betrekking tot geefgedrag: hoeveel wordt er gegeven en door wie? Welke Christelijke groepen geven hoeveel geld en aan welke categorie liefdadigheidsorganisaties? Waarom en wanneer wordt er gedoneerd? Hoeveel geld wordt er gespendeerd aan salarissen? Hoeveel vrijwilligers zijn er bij het werk betrokken? Waar in de wereld heerst de grootste armoede? Waar zijn brandhaarden van nood in de wereld?
f. Informatie over hoe men een kleine liefdadigheidsorganisatie kan analyseren en beoordelen. Waar moet je voor uitkijken bij kleinere organisaties die niet door AAA getaxeerd zijn en hoe beoordeel je jaarverslagen?
g. Fondsenwerving. De ethische aspecten ervan; hoe, wanneer en waar gebeurt het? Algemene gebruiken en statistieken? Hoe werft men fondsen bij stichtingen, bij andere liefdadigheidsorganisaties, bij de overheid of bij onafhankelijke organisaties? Hoe kun je een professionele aanvraag daartoe doen?
h. Over algemene filantropische instellingen; over bureaus die andere stichtingen beoordelen en goedkeuren en adviezen geven; de waarde daarvan en de misvattingen daarover; pressiegroepen. Wat is de waarde van andere waakhondorganisaties die vergelijkend onderzoek doen en beoordelingen geven? Wat zijn hun tekortkomingen? Vooral de maatstaven die zij hanteren bij het beoordelen van goede doelenorganisaties interesseren ons. Daar kunnen we veel van leren!
i. Belangrijke artikelen en reportages over liefdadigheidsorganisaties in de media.
j. Verwijzingen naar belangrijke internetpagina’s die ons kunnen helpen met al het bovenstaande; een lijst van alle Christelijke hulpverleningsorganisaties die bezig zijn met armoedebestrijding, inclusief de kleinere, mét hun contactgegevens.
Het zou ook waardevol voor onze ‘site’ kunnen zijn kennis te nemen van andere, bredere feiten en achtergronden, als bijvoorbeeld over het kwaad van het ‘welvaartsevangelie’ en over het belang van het geven aan de armen in vergelijking met andersoortige doelen van liefdadigheidsorganisaties. De boven genoemde suggesties met betrekking tot feiten en cijfers zijn niet bedoeld een compleet beeld te geven.
Dit gedeelte over feiten en cijfers lijkt misschien heel massief en te ambitieus. Maar het grootste deel van het materiaal is reeds beschikbaar en moet eenvoudigweg nog gerangschikt, gekoppeld, geïllustreerd en becommentarieerd worden.
3 Rechtstreeks faciliteren
Soms kan een donor een bijdrage willen geven aan een (buitenlandse) organisatie die geen door de overheid erkende charitatieve status heeft. In dat geval is een mogelijk belastingvoordeel niet van toepassing. Of iemand wil met een kleine hulporganisatie beginnen, zonder al het papierwerk en uitgaven voor overheidsregistratie en accountants of notarissen en dergelijke. Voor deze en andere gevallen heeft AAA in Nederland een stichting opgezet die Ark Aid genoemd is. Stichting Ark Aid is niet zomaar een andere hulporganisatie. Zij zamelt niet zelf geld in en is niet actief bezig met het verwerven van fondsen. De stichting houdt geen activa en heeft geen winstoogmerk in het proces van het geven van giften. Zij vergemakkelijkt het geven door 100% van de binnenkomende donaties door te geven aan de betreffende projecten of aan partners, met het doel belastingvoordelen van toepassing te laten zijn. Geen enkele andere organisatie biedt een soortgelijke dienstverlening aan. Stichting Ark Aid Foundation is in deze zin een afdeling van Ark Aid Appraisal, de benchmarker en waakhond van Christelijke liefdadigheidsorganisaties die gericht zijn op de bestrijding van armoede.
Stichting Ark Aid is nu vijf jaar bezig dit doel te bereiken. Zie hun website voor meer informatie: arkaid.nl (Nederlands) of arkaid.info (Engels). Wij onderzoeken de mogelijkheid om in andere landen een kantoor op te zetten met een zelfde taak en doelstelling.
__________
Het bovenstaande voorstel is slechts een concept. Er moet nog aan gesleuteld worden; het moet worden uitgebreid, herzien, verder ingevuld, enzovoorts. Op dit moment heeft dit alles nog een voorlopig karakter.
De naam Ark Aid is aan onze inspanningen gegeven met een duidelijke reden. De ark van Noach en de ark van het Verbond zijn beelden van de best denkbare hulp. De ark is een voorafschaduwing van Christus hetgeen de Bijbel een ‘schaduw’ noemt. Het ‘in de ark zijn’ is een schaduw van de ultieme hulp: verlossing van het oordeelswater dat door de zonde over Christus is gekomen. De ark van het Verbond is een uitvergroot beeld van deze verlossende hulp. De tripple A in het beeldmerk van de stichting is een symbool van de hoogste waardering en volmaaktheid. De volmaaktheid van Jezus is onze gids. AAA poogt haar hele doen en laten ondergeschikt te laten zijn aan dit hogere doel van Gods bevrijdende hulp en volmaaktheid.
Jezus zei: “Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?” (Marcus 8:36).
Wilt u ons helpen? Zie ook: ‘vacatures’